Spoorhaven

Spoorhaven I

Direct vanaf het begin van de exploitatie van de lijn Mariënberg – Almelo is er een spoorweghaven in Den Ham – Vroomshoop. De spoorweghaven is feitelijk een plaatselijke verbreding van het kanaal. De lengte van de spoorweghaven bedraagt 150 meter. Het havenspoor maakt een boog van 90 graden om evenwijdig aan het Overijsselsch kanaal te komen. Op de plaats waar het spoor het kanaal bereikt ligt een wissel. Vanaf het wissel loopt parallel aan het kanaal een spoor richting de brugwachterswoning. Het spoor eindigt precies bij de brugwachterswoning. De weg langs het kanaal loopt tussen de brugwachterswoning en het spoor door. Vlak voor de het wissel steekt de kanaalweg links het afbuigende havenspoor over. Daarna loopt de weg parallel aan het spoor weer richting kanaal.

In 1912 wil de NOLS de capaciteit van de spoorweghaven vergroten door het leggen van een 2e spoor langs de haven en in de boog er naar toe. Dit biedt echter te weinig soelaas om aan de groeiende vraag te voldoen. Daarnaast belemmeren de schepen de doorvaart omdat ze in de vaarrichting van het kanaal moeten aanmeren.

Spoorweghaven II

Een definitieve oplossing is het graven van een apart spoordok. De NOLS verkiest hiervoor een gebied ten zuidwesten van het station aan de andere kant van de spoorbrug. In 1913 begint de NOLS met de aankoop van de benodigde percelen grond. In totaal moeten 21 percelen grond aangekocht worden. Nadat de aankoop van grond is afgerond, kan de aanbesteding van de werkzaamheden beginnen. Daartoe besteden de Staatsspoorwegen op 4 augustus 1914 met bestek SS-1361 de werkzaamheden aan. Aan beide zijden van het spoordok komen sporen voor het opstellen van goederenwagons. Voor het doorgaande verkeer langs het kanaal komt er hefbrug aan de kopse kant van het spoordok. In 1915 komt de nieuwe spoorweghaven in gebruik. Het oude havenspoor langs het kanaal wordt verwijderd. Ten behoeve van de scheepvaart komen er in 1921 meerpalen langs de haven. De sporen blijken niet lang genoeg te zijn om voldoende goederenwagons langs de kade te plaatsen. Een verlenging van de havensporen vindt plaats in 1921. De spoorweghaven wordt getuige oude foto’s o.a. gebruikt voor de overslag van turf.

In december 1920 zijn er klachten dat de spoorwegen te weinig goederenwagons beschikbaar stellen voor het turfvervoer in Vroomshoop. Per dag zijn gemiddeld 2 open goederenwagons nodig. Na veel aandringen kunnen de spoorwegen echter slechts 1 à 2 goederenwagons per week leveren en soms geen enkele. Een enkele keer bieden de spoorwegen gesloten goederenwagons aan. De kosten voor deze goederenwagons zijn echter 25% meer en daardoor wordt de turfprijs onnodig opgedreven. Klagen bij de betrokken medewerkers levert geen verbeteringen op. De ondernemers lopen door deze wantoestanden schade op en het personeel kan niet aan het werk geholpen worden.

De spoorweghaven wordt gedempt in 2 etappes. Begin jaren ’60 van 20e eeuw blijft van de spoorweghaven nog maar 1/3 deel over. Het verhaal gaat dat voor het dempen gebruik is gemaakt van de restanten van het stationsgebouw uit Almelo dat in 1962 is afgebroken. Een deel van de havensporen wordt in 1961 afgebroken. Het resterende deel van de spoorweghaven wordt een aantal jaren later gedempt. De restanten van de sporen verdwijnen in 1974.

bron http://www.nols-maatschappij.info/

Kenmerken

Bouwjaar
1905

Architect
architect: E. Cuypers (1859 – 1927)

Maatschappij
NOLS (Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij)

hectometer
5.954

Lijn
Almelo – Mariënberg.

Spoorhaven

Spoorhaven I

Direct vanaf het begin van de exploitatie van de lijn Mariënberg – Almelo is er een spoorweghaven in Den Ham – Vroomshoop. De spoorweghaven is feitelijk een plaatselijke verbreding van het kanaal. De lengte van de spoorweghaven bedraagt 150 meter. Het havenspoor maakt een boog van 90 graden om evenwijdig aan het Overijsselsch kanaal te komen. Op de plaats waar het spoor het kanaal bereikt ligt een wissel. Vanaf het wissel loopt parallel aan het kanaal een spoor richting de brugwachterswoning. Het spoor eindigt precies bij de brugwachterswoning. De weg langs het kanaal loopt tussen de brugwachterswoning en het spoor door. Vlak voor de het wissel steekt de kanaalweg links het afbuigende havenspoor over. Daarna loopt de weg parallel aan het spoor weer richting kanaal.

In 1912 wil de NOLS de capaciteit van de spoorweghaven vergroten door het leggen van een 2e spoor langs de haven en in de boog er naar toe. Dit biedt echter te weinig soelaas om aan de groeiende vraag te voldoen. Daarnaast belemmeren de schepen de doorvaart omdat ze in de vaarrichting van het kanaal moeten aanmeren.

Spoorweghaven II

Een definitieve oplossing is het graven van een apart spoordok. De NOLS verkiest hiervoor een gebied ten zuidwesten van het station aan de andere kant van de spoorbrug. In 1913 begint de NOLS met de aankoop van de benodigde percelen grond. In totaal moeten 21 percelen grond aangekocht worden. Nadat de aankoop van grond is afgerond, kan de aanbesteding van de werkzaamheden beginnen. Daartoe besteden de Staatsspoorwegen op 4 augustus 1914 met bestek SS-1361 de werkzaamheden aan. Aan beide zijden van het spoordok komen sporen voor het opstellen van goederenwagons. Voor het doorgaande verkeer langs het kanaal komt er hefbrug aan de kopse kant van het spoordok. In 1915 komt de nieuwe spoorweghaven in gebruik. Het oude havenspoor langs het kanaal wordt verwijderd. Ten behoeve van de scheepvaart komen er in 1921 meerpalen langs de haven. De sporen blijken niet lang genoeg te zijn om voldoende goederenwagons langs de kade te plaatsen. Een verlenging van de havensporen vindt plaats in 1921. De spoorweghaven wordt getuige oude foto’s o.a. gebruikt voor de overslag van turf.

In december 1920 zijn er klachten dat de spoorwegen te weinig goederenwagons beschikbaar stellen voor het turfvervoer in Vroomshoop. Per dag zijn gemiddeld 2 open goederenwagons nodig. Na veel aandringen kunnen de spoorwegen echter slechts 1 à 2 goederenwagons per week leveren en soms geen enkele. Een enkele keer bieden de spoorwegen gesloten goederenwagons aan. De kosten voor deze goederenwagons zijn echter 25% meer en daardoor wordt de turfprijs onnodig opgedreven. Klagen bij de betrokken medewerkers levert geen verbeteringen op. De ondernemers lopen door deze wantoestanden schade op en het personeel kan niet aan het werk geholpen worden.

De spoorweghaven wordt gedempt in 2 etappes. Begin jaren ’60 van 20e eeuw blijft van de spoorweghaven nog maar 1/3 deel over. Het verhaal gaat dat voor het dempen gebruik is gemaakt van de restanten van het stationsgebouw uit Almelo dat in 1962 is afgebroken. Een deel van de havensporen wordt in 1961 afgebroken. Het resterende deel van de spoorweghaven wordt een aantal jaren later gedempt. De restanten van de sporen verdwijnen in 1974.

bron http://www.nols-maatschappij.info/